meeschrijven met dzjoef

De madam van de kinnekes

0

In één adem met het woord jeugdhulp komt de naam Saskia Van Nieuwenhove opduiken. Als journalist biedt ze een luisterend oor aan zowel magistraten, als gevangenen. Sociale media vormen haar klankbord en haar kostwinning. Want zoals haar kat La Reine op een dag zich spontaan komt nestelen in haar zetel, zo komen ook verhalen haar huis binnenwaaien.

Op de Gentse solidariteitsmars voor de slachtoffers van de terreur in Parijs liet haar speech lokale en zelfs Vlaamse politici niet onberoerd. Ze is gekend als de “Madam van de Kinnekes” en heeft een duidelijke mening over al wat jongeren en justitie aanbelangt.

Wat kan de stad Gent doen voor de toenemende radicalisering te stoppen?

Gent pakt het goed aan door te blijven investeren in samen-leven. Radicalisering is een gevolg van geïndividualiseerd leven waardoor sociale controle wegvalt. We durven niet meer vragen aan onze buur: “Zeg, hoe gaat het met jouw zoon? Ik heb hem precies al lang niet meer gezien”. Meestal kunnen we het zelfs niet vragen omdat we onze buren niet kennen.

Stedelijke overheden moeten daarom investeren in sociale evenementen en speelpleinwerking voor iedereen. Gratis optredentjes in een park bijvoorbeeld zorgen dat mensen samenkomen. Eigenlijk is het culturele – de muziek – dan ondergeschikt. Een goede burgemeester moet oog hebben voor de mensen en niet alleen nadruk leggen op het economische. Het is eng om te zien hoeveel steden en gemeenten besparen op kleine initiatieven die van de burgers uit komen.

Welke concrete initiatieven werken?

Geld uitrekken voor pamfletten is letterlijk geld dat in de vuilbak belandt. Jongeren lezen die niet want ze voelen zich niet aangesproken. Als stad kan je initiatieven aanmoedigen waarbij de persoonlijke verhalen van jongeren over Syrië centraal staan. Scholen zijn het ideale platform om debatten door en voor jongeren te laten plaatsvinden. Laat jongeren een krantje ontwerpen, laat hen spreken, een persoonlijk verhaal zal zoveel meer teweeg brengen dan een droog pamflet.

Kwaliteit telt voor mij, en daardoor is de kwantiteit niet erg hoog. Zo kan ik onderwerpen volledig uitdiepen.

U bent – als journalist – meermaals geviseerd geweest en afgekraakt. Naar aanleiding van de solidariteitsmars ontstond haast een hele haatcampagne. Joods Actueel uitte bijvoorbeeld meermaals kritiek. Waar haal je de drive om toch door te doen?

Ik ben een journalist die zelf artikels aanbrengt. Zoals je merkt telt de kwaliteit en daardoor is de kwantiteit niet erg hoog. Op die manier kan ik onderwerpen volledig uitdiepen. Met mijn artikels heb ik vaak taboes doorbroken. Zo was ik de eerste die schreef over het recht op ongestoord bezoek in de gevangenis. Tegen de schenen schoppen werkt pas, als je veel tijd neemt om informatie te checken. Als je weet dat je juist bent, weet je ook wel dat de storm ooit gaat liggen en het allemaal goed komt.

Ik ben dan ook een maniakale perfectionist tijdens het schrijven. Ik breng slechts een fractie van wat ik weet. Ik sta er op om altijd de privacy van slachtoffers te bewaren. Als ik schrijf over kinderen en jongeren, maak ik de constante afweging over wat en hoe ik zal schrijven. Veel artikels blijven daardoor ongeschreven. Ik kan me enorm druk maken over collega’s die heel laks zijn en namen vernoemen. Als vrienden of toekomstige werkgevers later die naam googelen, kennen ze onmiddellijk een deel van het levensverhaal van die persoon. Er moet een beleid komen waarbij zulke artikels meteen verwijderd kunnen worden.

Wat motiveert u nog?

Wel, je ziet hier de dozen met bedankingskaartjes staan. Het is ongelofelijk hoe dankbaar de mensen zijn omdat je luistert naar hun verhaal. Soms is wat ik doe helemaal niet veel. Vaak gaat het louter om het geven van correcte informatie. Zo vertelde ik bijvoorbeeld dat het niet mag dat je kindergeld zomaar in beslag wordt genomen. Maar voor mensen in schuldbemiddeling, zorgt een telefoontje naar hun advocaat voor een immens verschil. Zelfs tien jaar later kan ik dan nog een bedanking krijgen.

Ik zeg niet dat ik ongevoelig ben voor de felle kritiek na het verschijnen van mijn artikels. Maar de grote steun en oprechte bedankingen zorgen ervoor dat mijn motivatie niet kapot gaat.

Een van de veelgehoorde kritieken is dat u een linkse journalist zou zijn.

Ja, ze duwen me altijd in linkse hoek. Ze weten blijkbaar meer dan ik, want ik heb geen partijkaart. Ik zou graag overtuigd naar de stembus trekken.

Toegegeven, ik heb wel moeite als er gesproken wordt over de ‘Vlaamse identiteit’, want die heeft veel hoekjes en kantjes die ik niet wil hebben. Taboes zijn bijvoorbeeld eigen aan die identiteit. Typisch Vlaams is dat we in abstractie over veel kunnen lullen, totdat het persoonlijk wordt. Maar als ik spreek over mijn zus die voor de trein gesprongen is, zeggen veel mensen mij dat ik moet oppassen omdat ik me te kwetsbaar opstel. Dat gaat er bij mij niet in. Ik ben opengereten door wat ze gedaan heeft, daar wil ik over praten. Zo vind ik het ook onbegrijpelijk dat ik het dossier van mijn grootvader die veroordeeld is voor collaboratie, niet mag inkijken.

Geef mij ook maar solidariteit die niet begrensd is. Want wat of wie moeten we behouden of beschermen? Wat met halalbeenhouwer op de hoek? Wat hoort allemaal bij mijn Vlaamse identiteit?

“Tegen de schenen schoppen werkt pas als je veel tijd neemt om informatie te checken.”

Welke rol speelt sociale media in uw leven?

Een grote rol. Een vriend beweerde ooit dat enkel BV’s – zoals Phaedra Hoste – aan hun maximaal aantal vrienden kunnen zitten op Facebook. Ik zit er al een tijdje aan. Toen ben ik samen met hem alle namen gaan overlopen van mijn vrienden. Ik kon bij elke persoon vertellen vanwaar ik die ken. Ik was daarvan geschrokken. (lacht)

Op Facebook zitten vaak mensen met een schuilnaam zoals bekende magistraten of criminelen. Het is grappig om hen in discussie bezig te zien, zonder dat ze doorhebben tegen wie ze bezig zijn. Het is ook soms waanzinnig mooi om reacties van volgers te lezen. Ik schrijf bijvoorbeeld vaak over humane behandeling voor gevangenen of over de onzin om criminelen levenslang op te sluiten. Als dan een vrouw wiens kind op een gruwelijke wijze vermoord is, positief reageert, krijg ik het daar echt warm van. De moed van anderen om door te gaan, geeft ook mij kracht.

U gebruikt ook Facebook als bron voor artikels.

Facebook is vandaag letterlijk mijn informatie- en inkomstenbron. Als ik opsta, tref ik vaak levensverhalen in mijn inbox. Zeker met de kerstperiode is dat sterk. Bij tachtig procent wens ik mensen sterkte of verwijs ik deze mensen door. Maar tien procent bevat een element van nieuws in zich, en dan ga ik spitten.

Mijn leven is op die manier verre van saai. Ik weet nooit wat er komt. Ik maak ook veel tijd vrij voor het onderhouden van contacten. Dit zorgt ervoor dat ik vaak opgebeld word door collega’s voor informatie. Je kan er van uit gaan dat wanneer er een documentaire over jeugd- of pleegzorg wordt gemaakt, er meerdere telefoontjes mijn richting uit gaan. Jammer dat ze dan af en toe bij ‘toeval’ mijn naam vergeten op de generiek. (lacht)

Over jeugdhulp gesproken, u hebt alle hoorzittingen rond het nieuwe decreet bijgewoond. Nu uit u meermaals de schrik rond de uitvoering. Wat is uw vrees?

Als ik nu kritiek uit, krijg ik als antwoord dat het gaat over de ‘pijnpunten van het opstarten van het nieuwe decreet’. Een oplossing is dan veraf. Vooral de constructie van de toegangspoort maakt me ernstig bezorgd. Tijdens de hoorzittingen heb ik de hele tijd gevraagd: kan er iemand mij duidelijk zeggen waar die toegangspoort komt te staan? En nu niet om strepen op mijn hoed te zetten, maar ik heb toen bepaalde dingen voorspeld die helaas uitkomen.

Waar zit de kern van het probleem?

Het doel van nieuwe decreet was tweeledig: besparen en de jeugdrechtbanken ontlasten. Dat klinkt theoretisch fantastisch: “Laten we kinderen centraal stellen, ouders betrekken, en geen dwang door een rechter laten uitoefenen”.

Maar men gaat voorbij aan de realiteit. Het komt er nu bijna op neer dat een pedofiel in de keuzemogelijkheid gelaten wordt of hij in de vrijwillige hulp wilt of niet.

Het is eng om te zien hoeveel steden en gemeenten besparen op kleine initiatieven die van de burgers uit komen.

De hele ouderwetse katholieke gezinswaarden weerklinken sterk in het nieuwe decreet. Maar soms is er gewoonweg geen sprake van een gezin. Soms gebeuren er dingen waarbij je als gemeenschap moet zeggen van: “Jij gaat hier als ouder over de schreef. Wij grijpen in.” Het resultaat van het nieuwe decreet is dat wanneer de betrokken ouder goodwill toont, het dossier bij de jeugdrechtbank wordt afgeklopt.

Het nieuwe decreet geeft volgens u te veel kansen aan ouders?

Inderdaad. Soms moet je het hele verhaal zien en conclusies durven trekken. Als een verslaafde moeder bij vijf kinderen gefaald heeft, moet je haar geen nieuwe kans geven bij het zesde kind.

In Nederland staan ze veel verder in deze discussie. Ze stellen de vraag over wat misdadig is: beschadigde kinderen op de wereld zetten of de moeder laten steriliseren? Ook kinderen van verslaafde ouders worden gehoord in de debatten hier rond. Het nieuwe Vlaamse decreet sluit dit debat door de vrijwilligheid van ouders centraal te stellen in de geboden hulpverlening. Ik raad iedereen aan om eens te luisteren naar een baby die krijst van de pijn doordat hij moet afkicken. Als je dat gehoord hebt, aanvaard je niet dat het recht op kinderen zo hard beschermd wordt.

Hoe komt het dat we het ‘recht op kinderen’ zo beschermen?

Het opnemen van individuele verantwoordelijkheid staat enorm centraal in de onze maatschappij. We houden er te weinig rekening mee dat sommige mensen geen verantwoordelijkheid voor hun keuzes kunnen opnemen. De vraag is dan of we ons belastinggeld willen spenderen aan de gevolgen van de keuzes van anderen. Als we besparen op de jeugdhulp, krijgen we een generatie waar kinderen niet geholpen zijn. Maar die kinderen kunnen we nooit beschuldigen van deze besparingskeuze.

U hekelt ook het evidence-based werken in de jeugdhulp.

Voor de installatie van de toegangspoort, kon er op basis van drie pv’s, hulp ingeschakeld worden. Puur op buikgevoel. Als een vader de benen van zijn kind breekt, is er geen evidence-based onderzoek nodig om te weten dat hij ’s avonds zijn kindje kwijt is.

Maar met het nieuwe decreet wordt een evidence-based onderzoek gestart en wordt gekeken of de vader akkoord gaat met de voorgestelde hulpverlening. Ondertussen is het kind wel zijn geloof in volwassenen en in instanties verloren, want het kind blijft bij de vader met het agressieprobleem. Een kind heeft niets aan een evidence-based rapportje. Er moet in gewone kindertaal gezegd worden: “Wat jouw vader nu doet, is niet goed.”

Ik voel me bijna schuldig want bijna alle hoorzittingen zijn er gekomen door een reportagereeks “Verloren kinderen” van Raf Liekens en mij. Maar de beleidsmakers hebben helaas empirisch materiaal en de stem van mensen uit het werkveld genegeerd. Het decreet houdt vast aan de verzuilde structuur van de sector. Het heeft te weinig muren gesloopt.

Door Hanneke Van Belle (tekst) en Damiano Oldoni (foto)

Deel dit artikel

Over de auteur

Dzjoef.be is de opvolger van de kritische stadskrant TiensTiens. De vijfkoppige hoofdredactie onderhoudt het webmagazine en laat zich ondersteunen door vrijwilligers die nu en dan hun inzichten publiceren. Bijdragen? Neem contact op: stadskrantdzjoef@gmail.com.